Aankoopkeuring: risico-inschatting boven zekerheid in een professionaliserende sport
Tijdens de topsportbijeenkomst van de FNRS op 13 april stond één onderwerp centraal dat bij vrijwel iedere (top)sportondernemer de nodige spanning oproept: de aankoopkeuring van paarden. Onder leiding van dierenarts en Europees specialist in de veterinaire sportgeneeskunde Thibault Frippiat ontstond een open en inhoudelijke discussie over de rol, interpretatie en waarde van de keuring in de hedendaagse paardensport.
De bijeenkomst, specifiek georganiseerd voor FNRS-ondernemers met een topsportbedrijf, werd door de aanwezigen als bijzonder waardevol ervaren. Niet alleen vanwege de inhoud, maar ook door de mogelijkheid om met gelijkgestemden te sparren over complexe vraagstukken in de sector. De column van Coby van Baalen onderstreept het belang van dit soort bijeenkomsten voor kennisdeling en professionalisering binnen de sector.
Aankoopkeuring: Geen oordeel, maar een inschatting
Waar veel ondernemers bij een aankoopkeuring vooral kijken naar de eindconclusie, ‘goedgekeurd’ of ‘afgekeurd’, maakt Thibault direct duidelijk dat deze terminologie feitelijk onjuist is. “Een paard wordt nooit goed- of afgekeurd,” stelt hij. “Een aankoopkeuring is een momentopname en het resultaat is een risico-inschatting, geen garantie.” Die nuance is essentieel, zeker in een markt waarin de financiële belangen groot zijn en de druk om snel te beslissen hoog is. De keuring bestaat altijd uit een klinisch onderzoek, eventueel aangevuld met beeldvorming, afhankelijk van de wens van de opdrachtgever. Maar juist die beeldvorming, die de afgelopen jaren sterk is uitgebreid, brengt nieuwe uitdagingen met zich mee. Wat doe je met alle beschikbare informatie van een aankoopkeuring? En misschien nog belangrijker: hoe interpreteer je die?
Interpretatie als sleutel
Volgens Thibault ligt de waarde van de aankoopkeuring niet in het vinden van afwijkingen, maar in de juiste interpretatie ervan. Daarbij spelen meerdere factoren een rol: discipline, niveau, leeftijd en gebruiksdoel. Ook het land van herkomst van de opdrachtgever kan een rol spelen, omdat wat hier in Nederland wordt geaccepteerd, dat niet hoeft te zijn in een ander land. Daarom kunnen de keuringsprotocollen verschillen per land. Zo verschillen risico-inschattingen per discipline. In de springsport liggen de risico’s vaker distaal (de benen), terwijl bij dressuur de hals en rug meer aandacht vragen. Tegelijkertijd geldt: wat voor de ene koper acceptabel is, vormt voor de ander een onoverkomelijk risico. Tijdens de bijeenkomst werd dit treffend geïllustreerd aan de hand van drie fictieve casussen.
Drie casussen, drie perspectieven
De eerste casus betrof een 7-jarig schimmel springpaard met een klinische bemerking (bult op de keel en in de oksel) en een röntgenologische bemerking met vergrote facetten C6-C7 in de hals. Aanvankelijk was twee derde van de aanwezigen bereid het paard onder voorwaarden te kopen. Toen Thibault toelichtte dat de zichtbare bulten hoogstwaarschijnlijk melanomen waren, met een verhoogd risico gezien de locatie, kantelde de mening volledig. Geen van de aanwezigen wilde het paard na deze toelichting nog aanschaffen.
In de tweede casus ging het om een 15-jarige pony, bedoeld voor de internationale sport, met een diastolische hartruis en chipfragmenten in beide voorkogels. Aanvankelijk wees iedereen deze pony af. Maar na verdere toelichting van het echografisch onderzoek van het hart en de uitleg dat deze hartbevinding vooral bij oudere paarden voorkomt en in deze groep paarden zelden een reden is om uit de sport te verdwijnen, veranderde het beeld. Plots werd de pony weer als interessante optie gezien.
De derde casus, een Grand Prix-merrie met een oude peesblessure, liet opnieuw zien hoe doorslaggevend interpretatie is. Waar aanvankelijk nog verdeeldheid bestond, leidde de toelichting op het verhoogde risico op herblessure ertoe dat uiteindelijk niemand het paard nog wilde kopen.
De conclusie is helder: dezelfde gegevens kunnen tot totaal verschillende beslissingen leiden, afhankelijk van de duiding door de dierenarts.
Communicatie als bepalende factor
Daarmee komt een tweede cruciaal element naar voren: communicatie. De manier waarop een dierenarts risico’s formuleert en toelicht, is vaak bepalend voor de uiteindelijke beslissing van de koper.
“Mensen haken snel af bij het woord ‘risico’. Daarom is het belangrijk om duidelijk te maken wat dat risico concreet betekent in relatie tot het beoogde doel. Hier ligt ook een belangrijke verantwoordelijkheid voor de dierenarts. Hij of zij is een onafhankelijk adviseur, die geen garanties geeft, maar risico’s inschat. Het hoeft niet problematisch te zijn wanneer een dierenarts expliciet aangeeft dat er onzekerheden bestaan met betrekking tot een bepaald beeld. De impact van afwijkingen is immers niet voor alle disciplines, prestatieniveaus en gradaties van ernst volledig gedocumenteerd. Tegelijkertijd moet de dierenarts rekening houden met verwachtingsmanagement: het verschil tussen ‘kan functioneren’ en ‘kan functioneren op topsportniveau’ is bijvoorbeeld immers groot.”
Juridische context en verantwoordelijkheden
De aankoopkeuring speelt zich bovendien af binnen een juridisch kader waarin sprake is van informatie-asymmetrie. De verkoper heeft een informatieplicht, de koper een onderzoekplicht. De dierenarts bevindt zich daar tussenin als onafhankelijke expert. In de meeste gevallen is de dierenarts niet bekend met het te keuren paard en dient hij of zij een risico-inschatting te maken op basis van de beschikbare informatie, doorgaans beperkt tot de bevindingen van de uitgevoerde keuring.
Opvallend is dat Nederland een van de weinige landen is waar een dierenarts een paard van een eigen klant mag keuren, mits dit transparant van tevoren met de opdrachtgever is gecommuniceerd. In andere landen, zoals het Verenigd Koninkrijk, is dit verboden. Daarnaast is er nog geen internationale consensus over de risico’s van specifieke afwijkingen. Waar Duitsland werkt met een catalogus, wordt in Nederland meer contextafhankelijk gekeken. Zo wordt in Nederland nog steeds gebruikgemaakt van classificaties, waarbij de interpretatie in termen van risico’s ter beoordeling van de dierenarts blijft, afhankelijk van de individuele situatie van het paard en de koper.
Valkuilen in de praktijk
Volgens Thibault liggen er in de praktijk met name kansen voor verdere optimalisatie op een aantal terugkerende punten. Zo kan de interpretatie van beeldvorming in sommige gevallen verfijnd worden door deze nog nadrukkelijker in klinische context te plaatsen. Daarnaast verdient het betrekken van managementfactoren bij de beoordeling blijvende aandacht, aangezien deze een relevante invloed kunnen hebben op het functioneren van het paard. Ook kan de risico-inschatting in bepaalde situaties explicieter worden geformuleerd, zodat deze voor alle betrokken partijen helder is. Verder is een zorgvuldige afstemming over het beoogde gebruiksdoel van belang om de bevindingen correct te kunnen duiden. Tot slot kan het besluitvormingsproces gebaat zijn bij voldoende tijd en ruimte voor overweging, om tot een zo goed mogelijk onderbouwde conclusie te komen.
Alles willen weten of juist niet?
Een interessante discussie tijdens de bijeenkomst draaide om de vraag: wil je eigenlijk alles weten van een paard? Moderne beeldvorming maakt het mogelijk om steeds meer details zichtbaar te maken. Maar niet elke bevinding is klinisch relevant. Thibault waarschuwt voor het standaard maken van uitgebreide röntgenologische onderzoeken van hals en rug. “Er is geen internationaal gepubliceerd wetenschappelijk bewijs dat dit standaard nodig is,” stelt hij. “Sterker nog, alle publicaties wijzen op een mogelijk risico van overinterpretatie van bevindingen in de hals en rug bij een klinisch gezond paard.” Toch kiezen veel kopers, met name particuliere eindgebruikers, juist voor uitgebreide onderzoeken, vanuit de behoefte aan zekerheid. Professionele ondernemers zijn daar vaak terughoudender in en accepteren eerder een bepaald risico, zeker als het paard binnen hun bedrijfsstrategie past en als het paard zich al in de sport heeft bewezen.
Verschil tussen professional en particulier
Het verschil tussen professional en particulier in risicobereidheid is kenmerkend volgens Thibault. “Professionele ondernemers kijken vaak strategischer: past dit paard binnen mijn sport- of handelsdoel? Wat betekent een bepaald risico voor de waarde of inzetbaarheid? Particuliere kopers daarentegen zoeken vaker zekerheid en hebben minder ruimte om risico’s op te vangen. Dat maakt dat dezelfde keuring tot verschillende beslissingen door verschillende opdrachtgevers kan leiden.”
De aankoopkeuring als hulpmiddel
De belangrijkste boodschap van Thibault is misschien wel dat de aankoopkeuring geen selectiemiddel is voor talent en geen garantie biedt voor de toekomst. Het is een hulpmiddel om een geïnformeerde beslissing te nemen. Dat vraagt om goede samenwerking en communicatie tussen alle betrokkenen: ruiter, trainer, eigenaar en dierenarts. Alleen dan kan de beschikbare informatie op de juiste manier worden geïnterpreteerd en toegepast. Dit kan mede verklaren waarom de keuring van eenzelfde paard tot verschillende conclusies kan leiden bij verschillende dierenartsen. In principe worden vergelijkbare bevindingen vastgesteld, maar de interpretatie en weging daarvan kunnen variëren. Het advies van Thibault is dan ook om een keurende dierenarts te kiezen die goed aansluit bij de opdrachtgever. Een dergelijke dierenarts is doorgaans beter bekend met de omstandigheden waarin het paard wordt ingezet en kan op basis daarvan een meer passend en genuanceerd advies formuleren.
Reflectie en vooruitblik
Thibault kijkt met tevredenheid terug op de bijeenkomst: “Het is een interessant publiek: professioneel en open. Er leven duidelijke vragen en soms ook frustraties, maar juist dat maakt het waardevol om hierover in gesprek te gaan. Haike Blaauw, directeur van de FNRS: “De open dialoog die we voerden met Thibault en de aanwezige FNRS-ondernemers lijkt precies waar de sector behoefte aan heeft. Want in een wereld waarin de mogelijkheden toenemen en de belangen groeien, wordt het vermogen om informatie te duiden en risico’s te wegen alleen maar belangrijker. De aankoopkeuring blijft daarmee een essentieel, maar ook complex instrument. Niet als eindbeslissing, maar als startpunt voor een weloverwogen keuze.”
Ook interessant: Coby van Baalen "Met elkaar kunnen we meer"
