Praktijkverhaal

Ponymanege Equito: “We moeten als sector het complete plaatje laten zien”

Onder de rook van Amsterdam, aan de Amstelveense Kalfjeslaan, ligt Ponymanege Equito. Eigenaresse Maaike van Rijn is gespecialiseerd in het lesgeven aan kinderen en jongeren. Ze ziet het als een sport om kinderen zoveel mogelijk bij te brengen over paardenwelzijn. Hoe pakken ze dat aan?

Profielfoto van Lysanne Stoffer
Lysanne Stoffer
9 januari 2023 | 3 minuten lezen

Jullie zijn twintig jaar geleden gestart met Ponymanege Equito. Is er veel veranderd in die jaren, op het gebied van welzijn?

Maaike: “Ja. Er is veel meer kennis over paardenwelzijn. En we worden door de maatschappij veel meer bekeken op wat we doen en hoe we dat doen. Daarbij merken we dat de publieke opinie heel gevoelig is voor de media. Als het op het journaal gaat over hongerige dieren in de Oostvaardersplassen, krijgen wij ook vragen over onze dieren en hun voer. En als het gaat over dieren in de wei, krijgen we dáár vragen over. We zien over het algemeen dat er steeds meer mensen zijn die het belangrijk vinden dat ze ergens rijden, of dat hun kinderen ergens rijden, waar een paard ook buiten komt. Maar als ik ze vervolgens uitleg dat dat ook betekent dat ze een half uur eerder moeten komen om de modder van hun pony te poetsen, zie je ze soms al een beetje twijfelen. Kortom: mensen vinden het steeds belangrijker, maar weten niet altijd wat het inhoudt.”

 

Hoe zorgen jullie ervoor dat jullie manegepaarden- en -pony’s gezond en gelukkig blijven?

“We zorgen natuurlijk goed voor ze. Schone stallen, drie keer per dag ruwvoer, inentingen op orde en genoeg afwisseling in het werk. Maar we hebben ook te maken met veiligheid en praktische aspecten. We vinden het belangrijk dat ze zoveel mogelijk vrije beweging hebben, maar we zitten hier op veengrond. ’s Winters is het weiland echt te nat en zijn we op de paddocks aangewezen. We moeten dus roeien met de riemen die we hebben. Maar ik kan wel zeggen dat we blije, gelukkige paarden en pony’s hebben. Geen afgestompte automaatjes, maar eerlijke dieren die de ruiter spiegelen. Dat doen we onder andere door het werk af te wisselen. Niet alleen maar dressuur, maar ook trail en ponyvoetbal.”

Hoe brengen jullie het belang van welzijn over op jonge ruiters?

“Twaalf jaar geleden zijn we begonnen met de Ponyvriendjescursus. Ruiters die bij ons beginnen, krijgen eerst een rondleiding over het erf met hun ouders. Daarna gaan we aan de slag met poetsles, voltigeles en grondwerkles om kennis te maken met de pony en iets te leren over paardentaal. Pas als ze dat stuk afgerond hebben, mogen ze voor het eerst op een paard. In het begin had ik daar boze ouders over op de stoep staan: was het kind eindelijk van de wachtlijst, kon ‘ie nóg niet rijden. Maar inmiddels zie je dat mensen juist voor deze aanpak naar ons toe komen. Welzijn gaat niet alleen over huisvesting, maar ook hoe je met een pony omgaat. Dat je weet hoe een pony ziet, denkt en leert. Daarom doen we ook grondwerk. Ik heb een opleiding bij Emiel Voest gevolgd en gebruik die principes, een beetje aangepast, om samen met de kinderen aan de slag te gaan met grondwerk. Dan zie je de ouders ook vol verbazing kijken. Ze wisten niet dat je zó met een paard kunt communiceren. Dan leg ik uit dat paarden al zo lang met mensen leven, dat ze als een van de weinige dieren een beetje snappen hoe wij mensen denken. Dat maakt ze heel waardevol, maar daar moet je als mens ook op een eerlijke manier mee omgaan. Daar probeer ik kinderen en hun ouders ook in mee te nemen.” 

 

Merk je dat het communiceren met een paard al beter gaat?

“Zeker de kinderen die bij ons het Young Leader Program volgen, kunnen goed met een paard communiceren. En om goed te leren rijden, heb je dat paardengevoel ook nodig. Dat heeft niet ieder kind van nature. Wij overwegen daarom een systeem waarbij ruiters niet alleen maar voor een uurtje rijden naar de manege komen, maar minimaal twee uur. Daarin leren ze dan niet alleen rijden, maar brengen we ze ook de omgang met paarden bij en kunnen we aan de slag met bijvoorbeeld ruiterfitness voor meer lenigheid en coördinatie. Maar het is een spannende stap, omdat dat ook iets doet met de tarieven. En tegelijkertijd willen we ook dat paardrijden toegankelijk blijft. Maar ik denk wel dat dit de toekomst is.”
 

Hoe vind je dat de hippische sector omgaat met dierenwelzijnsdiscussies?

“Paardenwelzijn is belangrijker geworden. Iedereen heeft er een mening over. En je moet als ondernemer uit kunnen leggen waarom je bepaalde keuzes maakt. Ik denk dat we ook goed moeten uitdragen dat welzijn meer is dan het formaat van een stal en hoe lang ze in de paddock staan. Het gaat ook om hoe we met paarden omgaan, hoeveel afwisseling ze bieden en of we ze passende uitdagingen geven.

Tegelijkertijd denk ik dat we als sector nog meer het héle plaatje moeten laten zien: we moeten niet alleen over welzijn praten, maar juist nog meer over de unieke band tussen mens en paard. Als we ervoor zorgen dat we voldoen aan hun behoeften, kunnen paarden - net als honden - een heel fijn leven hebben bij de mens. En dat is voor mensen ook heel goed, omdat het ongelooflijk leerzaam is. Een paard spiegelt en leert je op een natuurlijke manier leidinggeven. Vaardigheden waar je je hele leven iets aan hebt. Dat zouden we meer uit mogen dragen.”