Nieuws

Dierenarts Gerard van Essen: “Stalklimaat belangrijkste bij huisvesting”

In het nieuwe kwaliteitsbeleid van de FNRS heeft paardenwelzijn een prominentere rol gekregen. In de basiseisen gaan wij er vanuit dat de ondernemer erop toeziet dat het welzijn van alle paarden op het bedrijf wordt gewaarborgd. Om ondernemers goed uit te leggen waarom bepaalde basiseisen de nieuwe norm zijn vragen we dierenarts Gerard van Essen, welzijnsdeskundige van de FNRS, om uitleg.

Profielfoto van Lysanne Stoffer
19 januari 2023 | 3 minuten lezen

Welk voordeel heeft een grotere box voor het welzijn van het paard?

Het doel voor de komende jaren is om zoveel mogelijk stallen aan de nieuwe afmetingsnorm, minimaal twee maal de stokmaat, te laten voldoen. Dat betekent, dat in een box van 3 x 3 m een paard met een stokmaat tot 1,50 meter schofthoogte mag staan. In 2040 dienen alle stallen aan deze eisen te voldoen. Wie nu nieuw bouwt, zal gelijk de nieuwe maatvoering moeten hanteren. Even je boxen aanpassen is niet makkelijk, maar waarom worden deze regels nou gevraagd? Welke voordelen heeft een grotere box voor het welzijn van het paard?

“Een paard heeft de natuurlijke behoefte om veel te bewegen en zijn voedsel in kleine porties gedurende de dag te verzamelen. Door een paard op te sluiten in een stal kan er al één belangrijke behoefte niet voldaan worden. Een ruimere box geeft wel wat meer bewegingsvrijheid, maar meer boxruimte is beslist niet zaligmakend. De maten van de box, het aantal uren op een weide of paddock en sociaal contact staan in relatie tot elkaar. Primaire behoeften, zoals vrije beweging en sociaal contact staan hoger op wel- zijnsladder. Daarmee zou het zwaartepunt vooral op de vrije beweging moeten liggen. Een ruimere box blijft wel noodzakelijk om vastliggen en stalondeugden te voorkomen.”

Wat is het verschil tussen vrije beweging en bewegen? 

Uitgangspunt is dat er altijd naar gestreefd wordt dat de paarden dagelijks vrije beweging in de buitenlucht hebben. Er bestaat wel verwarring over ‘vrije beweging’ en ‘gestuurde beweging’, want wat is nu eigenlijk het verschil tussen die twee vormen?

“Vrij bewegen betekent dat het paard losloopt en daardoor zelf kan kiezen of en hoe het beweegt. Het kan langzaam wandelend grazen maar ook even een sprintje trekken Dit kan in de weide of paddock. Onder ‘gestuurd bewegen’ wordt verstaan: rijden (onder het zadel of ingespannen), stap- of trainingsmolen, longeren en wandelen aan de hand. Paarden moeten elke dag buiten de box vrij kunnen bewegen. Ook de juiste manier van ‘vrije beweging’ is afhankelijk van verschillende omgevingsfactoren. Staat een paard niet in de modder, kan het schuilen tegen regen en de felle zon en heeft het paard gezelschap? Sociaal contact is namelijk erg belangrijk. Je kan een paard de hele dag alleen in een paddock zetten, maar je kan je dan afvragen of het paard daar zo gelukkig van wordt. Paarden zijn kuddedieren, zij moeten contact kunnen maken met soortgenoten. Bij ‘vrije beweging’ kan een paard zijn natuurlijk gedrag vertonen en bij ‘gestuurde beweging’ gaat het om door de mens gecontroleerde beweging.”

Wat vind jij het ideale voermanagement voor een paard? 

Ideaal gezien moeten paarden de hele dag ruwvoer kunnen eten. Een voerschema is belangrijk om zo het ruwvoer en krachtvoer goed te verdelen over de dag en nacht. Wat vind jij het ideale voermanagement voor een paard?

“Een paard is een planteneter, heeft een enorm maagdarmkanaal en dat functioneert het beste als het goed gevuld is. Bezuinigen op de hoeveelheid en op de kwaliteit van het ruwvoer is het slechtste wat je als ondernemer kan doen. Compenseer slecht ruwvoer niet met meer krachtvoer. Krachtvoer is iets wat wij uit praktische overwegingen bedacht hebben maar het past eigenlijk niet bij de anatomie en fysiologie van het maagdarmkanaal van het paard Het ideale voermanagement voor een paard vind ik als ze de hele dag beschikking hebben tot ruwvoer, zodat ze zelf hun voeropname kunnen bepalen. Daarnaast raad ik ondernemers aan om het ruwvoer te laten analyseren. Als het ruwvoer van goede kwaliteit is, kan vaak minder of helemaal geen krachtvoer worden gegeven.”

Wat vind jij belangrijk als je spreekt over de verschillende huisvestingsvormen?

Paarden kunnen op allerlei manieren gehouden worden. In individuele boxen of juist in groepen, binnen of juist veel buiten. Wat vind jij belangrijk bij verschillende huisvestingsvormen?

“Bij alle huisvestingsvormen vind ik het stalklimaat het belangrijkste. Astma, bronchitis en COPD zijn, vooral in de herfst en in de winter, een veelvoorkomend probleem in de paardenwereld. Er wordt met vijftien paarden tegelijk, die stof produceren, in de binnenbak gereden. De paarden halen diep adem in een stoffige omgeving waardoor (fijn)stof diep in de luchtwegen kan doordringen. Ik denk dat de factor stof in de paardenhouderij een belangrijke factor is in het ontstaan van luchtwegproblemen. Stof ontstaat vooral in de binnenstallen. Deuren worden sneller dichtgehouden, omdat wij mensen het zelf koud hebben. Er wordt minder buiten gereden door de slechtere weersomstandigheden. Dus rijden we met z’n allen in de binnen- bak. Ik denk dat weinig mensen weten hoe smerig het stof uit de rijbaanbodem voor de luchtwegen van een paard is. Om dit te voorkomen kan je de rijbaanbodem zoveel mogelijk sproeien, de stallen goed ventileren bijvoorbeeld door de staldeuren open te laten en door zoveel mogelijk buiten in de frisse lucht te rijden. Het beste medicijn voor paarden die beginnen te hoesten in de herfst of winter, is om ze uit die stoffige omgeving naar buiten te sturen. Succes gegarandeerd.”