Nieuws

Paardenwelzijn in de herfst en de winter

Waar de herfst momenteel nog veel nazomerweer laat zien, staat over twee maanden de winter alweer voor de deur. Weersomstandigheden, zoals veel regen en sneeuw in deze periode hebben invloed op het welzijn van paarden. In het nieuwe kwaliteitsbeleid heeft paardenwelzijn een prominentere rol gekregen, zo bijvoorbeeld ook het aanbieden van voldoende vrije beweging aan paarden in de winter. Er zijn meer zaken waar je rekening mee kunt houden om ervoor te zorgen dat de paarden op jouw bedrijf prettig het herfst- en winterseizoen doorkomen. We bespreken een aantal punten. 

Profielfoto van Lysanne Stoffer
Lysanne Stoffer
19 oktober 2022 | 3 minuten lezen

Voeding- en waterbehoefte aanpassen

In de herfst en de winter hebben de paarden een grotere behoefte aan ruwvoer, omdat ruwvoer de basis is van het paardenrantsoen  Zeker als de paarden niet of minder in de wei komen, is het voeren van ruwvoer essentieel. Als de paarden bij jou wel het hele jaar door op de weide staan, houd er dan rekening mee dat het gras minder voedzaam is in deze periode van het jaar. Als tip kun je een richtlijn aanhouden dat per vijf graden onder nul je ongeveer 20% meer ruwvoer dan normaal moet geven. 

Water is ook een belangrijk punt om vooral in de winter goed op te letten. In de zomer is het algemeen bekend dat de waterbehoefte van een paard toeneemt door het verliezen van vocht door het zweten en de warme temperatuur. Echter, in de winter kan de waterbehoefte ook stijgen door de slechtere luchtvochtigheid en het niet of weinig kunnen eten van gras. Het is dus belangrijk dat paarden altijd, schoon en niet te koud, drinkwater kunnen drinken. Wanneer dagen en nachten rond het vriespunt zijn, kunnen leidingen en waterbakken bevriezen. Controleer daarom regelmatig de waterbakken in de stallen of de leidingen nog werken. Het voorkomen van bevroren water, zou je kunnen voorkomen door een bal in een emmer met water te leggen. Door de wind zal de bal blijven bewegen, waardoor het water minder snel bevriest. 

Vrije beweging in de herfst en winter

In het kwaliteitsbeleid wordt er onderscheid gemaakt tussen vrije beweging in de zomer en in de winter waarbij in de zomer wordt verwacht dat het makkelijker is om de paarden meer vrije beweging te geven.

In de herfst en de winter kan het voorkomen dat de weilanden en paddocks nat en drassig zijn en hierdoor niet bruikbaar om paarden vrij in te laten bewegen. Toch is het ook in de winter van groot belang dat paarden zoveel mogelijk vrije beweging krijgen. Dit kan niet gecompenseerd worden met meer beweging in de vorm van training of een stapmolen.

Om vrije beweging in de winter te kunnen garanderen, moet een bedrijf mogelijkheden hebben om de paarden los te kunnen zetten in een weiland, paddock of rijbaan. De situatie moet wel veilig blijven en het paardenwelzijn blijven garanderen. Een paard buiten zetten in een weiland of paddock waar ze tot hun knieën in de modder staan valt niet onder paardenwelzijn. De paddocks en weilanden moeten dan ook over een goede afwatering beschikken en een geschikte bodem waarbij de paarden zich veilig kunnen verplaatsen. De meeste paardenhouders laten daarom een drainage onder hun paddock aanleggen. Maar ook een hemelwateropslag kan een uitkomst bieden. Hierbij wordt het water niet afgevoerd naar een sloot, maar loopt het water in een opslag, zodat het later gebruikt kan worden om bijvoorbeeld bomen en heggen te besproeien. Bij stukken die altijd erg nat blijven kan er ook gekozen worden om deze te bestraten.

Als paarden bijgevoerd worden tijdens de vrije beweging, kan het aan te raden zijn om de voerpunten te verdelen over de ruimte. Dit voorkomt puntbelasting op de bodem. Zodat niet één hoek volledig kapotgelopen zal worden. Bomen nemen veel water op. Het plaatsen van bomen rondom een natte bodem kan op lange termijn dus helpen bij het opnemen van water. Het dagelijks verwijderen van mest en hooiresten zal de bodem in een betere conditie houden. 

Beschikt jouw bedrijf niet over deze mogelijkheden? Dan kun je de paarden ook los zetten in de binnen- of buitenrijbaan wanneer deze niet ingezet wordt voor lessen of trainingsmogelijkheden. Zorg hierbij voor een duidelijke planning en communicatie richting je klanten. Vindt jij het lastig om de paarden in de herfst en winter van voldoende vrije beweging te voorzien en weet je niet hoe je dit moet oplossen? Schroom dan niet en neem contact op met jouw accountmanager. Zij kijken graag mee naar de mogelijkheden op jouw bedrijf om toch te kunnen voldoen aan de eisen van het kwaliteitsbeleid.

Vrije beweging als basiseis

Boxmaten en vrije beweging zijn belangrijke criteria voor het welzijn van de paarden. Omdat de maten van de box en het aantal uren op een weide of paddock in relatie tot elkaar staan, worden de punten tijdens de kwaliteitskeuring bij elkaar opgeteld.

Paarden krijgen minimaal een half uur vrije beweging per dag, dit is een basiseis vanuit de FNRS. Hierbij wordt er vanuit gegaan dat de boxmaat voldoet aan de nieuwe richtlijn (2x stokmaat)². Indien er een kleinere box is, moet de vrije beweging minimaal 1 uur per dag zijn. Hier kan van worden afgeweken als de weersomstandigheden extreem zijn en het voor het welzijn van de paarden niet acceptabel is dat zij buiten komen. Uitgangspunt is dat er altijd gestreefd wordt dat paarden dagelijks minimaal een half uur vrije beweging in de buitenlucht hebben. Vrij bewegen betekent los kunnen lopen en een kort sprintje kunnen maken. Dit kan in de weide, paddock, paddock paradise of de rijbaan. De ondernemer moet er op toezien dat pensionpaarden ook minimaal elke dag uit de box komen voor (vrije) beweging.

Het ‘Handboek FNRS-kwaliteitsbeleid’ is gratis te downloaden. Het handboek is met veel zorgvuldigheid samengesteld. Dat betekent niet dat alle normen in beton gegoten zijn. In de toekomst kan de inhoud worden aangepast om zo in te spelen op de actuele ontwikkelingen en goed aan te sluiten op de praktijk. Heb je vragen over het nieuwe kwaliteitsbeleid? Mail of bel Robert van Almkerk. Robert is bereikbaar via: robert@fnrs.nl of 06 22 93 47 96.