Nieuws

Edward Gal: ‘Ik kan me de allereerste les op de manege nog goed herinneren’

Edward Gal en Hans Peter Minderhoud, deze twee ruiters behoeven eigenlijk nauwelijks introductie. Edward Gal en Hans Peter Minderhoud zijn al meer dan een decennium een vaste waarde voor het Nederlandse dressuurteam en boegbeelden van de sport. Wat misschien niet iedereen weet is dat beide heren begonnen zijn met het volgen van lessen op de manege. Op de manege hebben ze de eerste kneepjes van het vak geleerd en van hieruit zijn ze doorgegroeid naar de meest succesvolle ruiters ter wereld. Met zicht op hun derde Olympische Spelen gaan we in gesprek over hoe ze zover zijn gekomen.

Profielfoto van Demi Uijtewaal
Demi Uijtewaal
8 juli 2021 | 6 minuten lezen

Edward, hoe ben jij begonnen met paardrijden?

"Toen ik veertien was ben ik gaan rijden op de manege in Dieren. Ik kom niet uit een paardenfamilie, maar vond paarden en pony’s altijd al leuk. De zus van een vriendje van me stopte met rijden op de manege, maar had nog een vijftigrittenkaart over. Dat vriendje en ik mochten die kaart toen opmaken en zo kreeg ik mijn kans. Ik kan me de allereerste les nog goed herinneren. De pony heette Lisanne en was een beetje dwars. Op een gegeven moment heb ik geloof ik wel twintig minuten alleen maar in de hoek gestaan, omdat ze niet verder wilde. Het maakte mij allemaal niet uit. Ik was allang blij dat ik in het zadel zat. Zo heb ik jarenlang een keer in de week gereden. In ruil voor een les deed ik klusjes op de manege, zoals uitmesten. Uiteindelijk heb ik een eigen pony gekocht, die ik voor de helft zelf had verdiend met bijbaantjes en voor de helft van mijn moeder kreeg."

Wanneer werd de hobby serieuzer?

Edward: "Op mijn negentiende kocht ik een 2,5-jarige hengst. Ik had mijn pony verkocht en investeerde voor het eerst in een helemaal eigen paard. Ik noemde hem Mr. Ed naar het pratende paard, niet naar mijzelf.’ (lacht) ‘Hij hinnikte altijd zachtjes als je bij zijn stal kwam, maar op zo’n manier dat het klonk als praten. Ik ging naar een pensionstal in Didam, waar ik Nicole Werner heb ontmoet. Vanaf toen werd het pas echt serieus. Nicole en ik hebben samen een bedrijf opgezet en Risky Business kwam erbij, later mijn eerste Grand Prix-paard. Daarna zijn we samen naar Giesbeek verhuisd om een pensionstal met veertig boxen te runnen. Dat was om zeven uur ’s ochtends beginnen met uitmesten, dan de hele dag rijden en ’s avonds tot een uur of tien, halfelf lesgeven. We hebben zelfs nog Friezen zadelmak gemaakt om maar geld te verdienen. In Giesbeek kreeg ik Lingh als vierjarige te rijden, waarmee uiteindelijk mijn internationale carrière begon. Nicole en ik zijn vervolgens naar Resim Dressage in Harskamp gegaan, omdat we daar echt onze eigen sportstal konden realiseren."

En jij Hans Peter? Ben jij ook begonnen op de manege?

"Ja, op mijn zesde al. Net als Edward reed ik een tijdlang gewoon een keer per week in de les. Ik ben zelfs nog een poosje gestopt. Ik moest vanwege mijn lengte op grotere pony’s, maar dat wilde ik niet. Ik ben toen gaan tennissen en voetballen, maar ik kwam er al snel achter dat ik dat niet leuk vond. De pauze van de manege heeft dus niet lang geduurd. Bij ons kon je destijds kruisjes verdienen en bij tien kruisjes kreeg je een gratis les. Dus ik heb ook van alles gedaan op de manege. Opzadelen voor toeristen, weilanden uitmesten, noem maar op. Eenmaal wat ouder mocht ik soms op paarden van pensionklanten rijden. Toen ik zestien was, heb Anky van Grunsven een brief geschreven met de vraag of ik in de vakanties mocht komen helpen op stal en dat kon. Twee jaar later kwam ik fulltime in dienst bij Anky. Daar deed ik stalwerkzaamheden, was ik de groom op wedstrijden en mocht ik jonge paarden rijden. Weer drie jaar verder ging ik voor Stal Bollvorm werken, waar ik paarden op wedstrijd uit mocht brengen. Ik ben op mijn 21ste begonnen in de B. Dat was een heel leuke tijd. Ik maakte voor het eerst de concoursen als ruiter mee en vond het geweldig. Ik reed daar paarden tot en met de Z2."

Ben je daarna je eigen bedrijf gestart?

"Nee, ik was eerst nog een aantal jaar in dienst bij Theo van den Broek. Bij hem kreeg ik de kans om in de hogere sport tot aan de Lichte Tour te rijden. Ik kreeg onder andere de schimmelhengst Rubels onder het zadel, die met mij het WK Jonge Paarden won. Pas daarna zette ik de stap om voor mezelf te beginnen in Leur. Ik durfde het aan, omdat ik zeker na het winnen van het WK, steeds meer aanvragen kreeg van bekende hengstenhouders als Ad Valk en Joop van Uytert. Zo is ook GLOCK’s Tango bij mij gekomen. In Leur huurde ik tien stallen en voor de wedstrijden mocht ik de vrachtwagen van de Dalhoeve lenen. Zo nam het steeds serieuzere vormen aan. Het was best heftig hoor. Ik moest naast de paarden ineens zorgen voor het hele management van het personeel, klanten, boekhouding, enzovoort. Het was behoorlijk aanpoten in mijn eentje. In het begin had ik hoofdzakelijk stagiaires. Zo is Anna Visser ooit bij mij gekomen en zij is altijd mijn vaste groom gebleven. Zij is er vanaf het begin al bij, bijzonder hè? Uiteindelijk kwam ik in contact met de familie Kies, die Escapado aan mij ter beschikking stelde. Met hem kon ik voor het eerst de overstap naar de Grand Prix maken en internationaal doorbreken. Langzaamaan kreeg ik steeds meer vastigheid door een beetje sponsoring en paarden die langere tijd mochten blijven. Daardoor had ik opvolging op stal staan. Ook Johnson kwam er toen al bij. Mijn topmerrie Nadine was al in het bezit van de familie Kies en kwam zodoende bij onder het zadel."

De rest is geschiedenis. Jullie zijn samen gaan wonen en werken en jullie zitten al tien jaar lang bijna altijd samen in het Nederlandse team. Hoe kijken jullie naar de komende Olympische Spelen in Tokio?

Hans Peter: "Als we mogen gaan natuurlijk, We moeten ons eerst nog selecteren. Wij wonen sinds 2004 samen en hebben ongeveer achttien jaar een relatie. Dat is al wel lang hè? Jeetje! In 2010 zaten we voor het eerst pas echt samen in het team. Daarvoor was ik wel op de Spelen van 2008, maar Ed niet en op het EK van 2009 was ik dan weer reserve. Gelukkig is het nog nooit voorgekomen dat een van ons een teamplek had ten koste van de ander. Die eerste keer was in Kentucky en toen zijn we wel mooi meteen wereldkampioen geworden met oranje."

Edward, lachend: "Logisch, zou je zeggen! Nee, geintje. Maar het blijft bijzonder om samen in het team te zitten en de grote toernooien op die manier samen te beleven. En elkaar verslaan is ook leuk, maar alleen als we allebei goed hebben gereden. Ik zie met vertrouwen het seizoen tegemoet, mits we kunnen rijden vanwege het corona-virus. GLOCK’s Zonik N.O.P. blijft alsmaar verbeteren en ik hoop dat we die lijn aan kunnen houden. Voor mijn andere toppaarden GLOCK’s Toto Jr. en GLOCK’s Total US komen de Spelen te vroeg."

Hans Peter: "Het is inderdaad een raar moment om over het komende seizoen te praten. Zelfs de Spelen zelf zijn onzeker. Maar ik kan wel zeggen dat ik me er weer op verheug met GLOCK’s Dream Boy N.O.P., want ook hij gaat nog altijd vooruit. Nu maar hopen dat we gewoon kunnen gaan."

Olympiades, WK’s, EK’s en medailles in alle kleuren staan nu op jullie palmares. Was dat altijd de grote droom?

Edward: "Nee, eigenlijk niet. De droom was om met paarden te werken. De ambities zijn door de jaren heen meegegroeid. Eerst droom je ervan om met een hoedje op in de Z te mogen starten. Daarna ga je pas denken aan de lange jas en zo verder, maar nog steeds is het dagelijkse werken met paarden het allerleukst.’

Hans Peter: ‘Voor mij geldt precies hetzelfde. Het hele opleidingstraject tot aan de Grand Prix is echt gaaf. Het blijft leuk om aan een paard te sleutelen en hem van alles te leren. Sommigen verrassen je, omdat ze bijvoorbeeld ineens de wissels snappen, en dan ben je extra trots op ze. Door de samenwerking met GLOCK HPC NL kunnen we nu helemaal op de sport focussen. De rust en het vertrouwen die GLOCK ons brengt, is van onschatbare waarde. Dat neemt niet weg dat we nog altijd keihard werken. We hebben een heel grote verantwoordelijkheid om deze prachtige stal draaiende te houden en er moet uiteindelijk gewoon verdiend worden, want het blijft een onderneming."

Veel van die jonge paarden stammen af van Totilas. GLOCK’s Toto Jr. kwam als eerste naar Oosterbeek. Hoe is hij bij jullie gekomen?

Edward: "Ja, we hebben zes directe nakomelingen van Totilas en nog eens zes kleinkinderen. GLOCK’s Toto Jr. werd in Duitsland als 2,5-jarige gekeurd en direct geveild. Ik had hem op een filmpje gezien en meteen geroepen: “Dat is hem!” Hij leek zo ongelofelijk veel op zijn vader. Ik was er meteen weg van. In Duitsland werd zijn goedkeuring door het publiek gehoond, omdat hij klein was. Het maakte mij niets uit. Ik was superblij met hem."

Hans Peter: "Eerlijk is eerlijk, toen wij hem voor het eerst op stal zagen, moesten we ook wel even slikken. Hij was inderdaad wel erg klein."

Edward: "Maar alleen al de manier waarop hij in de paddock stond, echt honderd procent Totilas. Zelfs het trekje van aan eigen zijn mest ruiken en dan heel hard naar achteren stuiven, alsof hij ervan was geschrokken, had hij geërfd. En nu heeft hij alle verwachtingen overtroffen, vooral in de fokkerij. Dat we nu ook kinderen van GLOCK’s Toto Jr. hebben staan, is geweldig."

Hans Peter: "Inmiddels is het de vierde generatie, te beginnen met Gribaldi. Ik heb ook bijvoorbeeld Krack C nog wel eens gereden, vervolgens Vivaldi, Vitalis en nu heb ik weer een jonge Vitalis, GLOCK’s Victorio. En GLOCK’s Dream Boy N.O.P. is ook een Vivaldi. Dat is echt bijzonder. Het doet je wel realiseren hoe lang we al meedraaien. Ik ben ooit begonnen in de Hengstencompetitie in de L-jaargang en daar zijn we komende winter weer bij terug. Ik heb het hele alfabet doorlopen!"

Met zo’n talentvolle jonge generatie op stal denken jullie voorlopig niet aan stoppen.

Edward: "Nee, niet zolang we nog fit genoeg zijn om te rijden. En dan nog zullen we altijd met paarden bezig zijn, maar dan misschien meer in de vorm van lesgeven en fokkerij."

Hans Peter: "Ik vind het nog altijd heerlijk om bijvoorbeeld zelf te voeren of manen te trekken. En Ed heeft zich ontwikkeld tot hengstenboer toch?"

Edward: "De jonge hengsten longeren is een van mijn favoriete bezigheden en zoeken naar talent ook. Het liefst krijg ik ze rechtstreeks uit de loopstal of wei binnen. Als je er dan mee aan de slag gaat, komen ze in heel korte tijd naar je toe. Dat vind ik prachtig."