Stikstof in de paardenhouderij: aandachtspunten voor ondernemers
Wat betekent de stikstofregelgeving voor paardenhouders? Welke vergunningen zijn relevant en wanneer krijg je te maken met een mestboekhouding? De stikstofregelgeving is complex en roept in de paardenhouderij regelmatig vragen op. Welke regels gelden voor een paardenbedrijf? Wanneer is een vergunning nodig? En wat is het verschil tussen een milieuvergunning en een natuurvergunning? Tijdens een webinar van de FNRS gaf dr. Inga Wolframm, lector Duurzame Paardenhouderij en Paardensport van Hogeschool Van Hall Larenstein, uitleg over de regels rondom stikstof en mest en de praktische gevolgen daarvan voor hippische ondernemers.
Verschillende vergunningen, verschillende regels
Een belangrijk onderscheid dat tijdens het webinar werd toegelicht, is dat tussen de milieuvergunning en de natuurvergunning. Deze vergunningen hebben verschillende doelen en worden bovendien door verschillende overheden behandeld. De FNRS legt in een informatiepagina voor leden de verschillen in detail uit.
De milieuvergunning, onderdeel van de omgevingsvergunning milieu onder de Omgevingswet, heeft onder meer betrekking op onderwerpen als geur, luchtkwaliteit, veiligheid, huisvesting van dieren en mestopslag. Ook aspecten zoals de ligging van stallen ten opzichte van omliggende woningen en de veiligheid bij bijvoorbeeld een calamiteit spelen hierbij een rol. De gemeente is hiervoor doorgaans het bevoegd gezag.
Daarnaast is er de omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit, in de praktijk vaak aangeduid als natuurvergunning. Hierbij gaat het onder meer om de gevolgen van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Ook andere vormen van verstoring van natuurgebieden kunnen hierbij een rol spelen. De provincie is hiervoor doorgaans het bevoegd gezag; in sommige situaties kan ook het waterschap betrokken zijn.
Omdat beide vergunningen over verschillende aspecten gaan, is het belangrijk om goed vast te stellen welke regels op een specifieke bedrijfssituatie van toepassing zijn.
Niet alleen vergunningen: ook de Meststoffenwet
Tijdens dit webinar stonden we ook nog stil bij de Meststoffenwet. Deze is ook van belang voor paardenhouders. Deze wet bevat regels over onder andere de productie, opslag en gebruiksruimte van mest.
Tijdens het webinar werd benadrukt dat deze regels niet alleen gelden voor professionele paardenhouders. Ook particuliere paardenhouders kunnen ermee te maken krijgen wanneer zij boven bepaalde wettelijke grenzen uitkomen.
Zo kan bij een bedrijf of locatie waar paarden worden gehouden een mestboekhouding verplicht zijn. Daarbij spelen onder andere het aantal paarden en pony's, de hoeveelheid stikstof en fosfaat, het aantal hectares landbouwgrond en de eventuele afvoer en verwerking van mest een rol. De wettelijke berekeningen werken met vaste normen, zogenaamde forfaitairs, voor de productie van mest, stikstof en fosfaat per paard.
De precieze verplichtingen zijn afhankelijk van de individuele situatie van een paardenhouder. Daarom is het belangrijk om niet alleen naar het aantal paarden te kijken, maar ook naar de beschikbare grond, de mestproductie en de manier waarop mest wordt afgevoerd of verwerkt.
Controleer de regels vóórdat je iets verandert
Een van de belangrijkste boodschappen uit het webinar was om vooraf te controleren welke regels en vergunningen van toepassing zijn. Zeker wanneer een ondernemer plannen heeft om bijvoorbeeld het aantal paarden uit te breiden, gebouwen aan te passen, een nieuwe stal te realiseren of de bedrijfsvoering op een andere manier te wijzigen.
Inga benadrukte dat het beter is om vooraf te controleren of een wijziging binnen de bestaande vergunningen en regelgeving past, dan om dit achteraf te moeten herstellen.
Daarbij is het belangrijk om onderscheid te maken tussen de verschillende ‘vergunningssporen’. Een wijziging die vanuit het oogpunt van bijvoorbeeld de huisvesting of veiligheid geen probleem vormt, kan vanuit het oogpunt van stikstofdepositie of Natura 2000-regelgeving toch gevolgen hebben.
Mest afvoeren kan ruimte bieden
Ook werd tijdens het webinar ingegaan op een belangrijk aandachtspunt voor de paardenhouderij: paardenbedrijven zijn niet per definitie grondgebonden. Wanneer een bedrijf meer mest produceert dan op de beschikbare grond kan worden geplaatst, kan mest worden afgevoerd.
Dit betekent dat het aantal paarden dat een bedrijf kan houden niet uitsluitend wordt bepaald door de hoeveelheid eigen grond. Wel moet de ondernemer kunnen aantonen dat de mest op een correcte manier wordt afgevoerd en dat aan de wettelijke voorwaarden wordt voldaan.
De regels rondom mestproductie en gebruiksruimte zijn daarbij bepalend. Het is daarom belangrijk om de eigen administratie en meststromen goed op orde te hebben.
Laat je vooraf goed informeren
De stikstof- en mestregelgeving is omvangrijk en verandert bovendien regelmatig. De situatie is niet generiek en zal per bedrijf verschillen, bijvoorbeeld door de ligging ten opzichte van Natura 2000-gebieden, bestaande vergunningen, de referentiesituatie, de hoeveelheid grond en de bedrijfsomvang.
De belangrijkste boodschap uit het webinar is daarom: controleer altijd vooraf welke regels op jouw situatie van toepassing zijn voordat je plannen uitvoert of je bedrijfsvoering wijzigt. Ondanks dat landelijke maatregelen nu onduidelijk zijn is het verstandig je huidige vergunningssituatie goed ik kaart te brengen.
Heb je plannen voor uitbreiding, verbouwing of een wijziging in de bedrijfsvoering? Neem dan tijdig contact op met de gemeente en, waar van toepassing, met de provincie en laat je waar nodig adviseren door een specialist over de verschillende vergunningen en wettelijke verplichtingen.
De FNRS blijft de ontwikkelingen rondom stikstof en de gevolgen voor de paardenhouderij volgen en brengt leden op de hoogte van relevante ontwikkelingen. Heb je ondersteuning nodig bij een specifieke bedrijfssituatie? Neem dan contact op met FNRS-parter Van Dun Advies.
Kijk het webinar terug via onderstaande knop of download de presentatie. Let op: enkel voor FNRS-leden en –partners (via login) beschikbaar.
